Boek

Heemmuseum Bystervelt

Peperstraat 48 - 2627 Schelle (België)

De Rupelstreek in de Grote Oorlog

Leo Bridts

 

Begin augustus 1914 vielen de Duitsers België binnen. Al vlug kreeg de Rupelstreek te maken met de gevolgen van die agressie. Eerst werd de streek geconfronteerd met massa's vluchtelingen uit gevechtszones. Later, toen de aanvallers hun kanonnen op de gortengordel rond Antwerpen richtten, werd het oorlogsgeweld reëel. Daarna was er de bezetting met het leven onder de Duitse laars.

De inwoners van de Rupelstreek beleefden het allemaal op hun manier: welke invloed had de oorlog op werk, inkomen, handel en nijverheid, landbouw, onderwijs, gezondheid, cultuur, sport en andere aspecten van de samenleving?

Ook soldaten aan het IJzerfront, krijgsgevangenen, geïnterneerden, opgeëiste werklozen en mensen die voor het geweld gevlucht waren, beleefden hun 'eigen' Grote Oorlog.

 

Enkele fragmenten uit het boek:

De Duitsers hadden een systeem van censuur op poten gezet. Alles wat naar Belgische vaderlandsliefde verwees, werd gevolgd, onderdukt. Drukwerken, bijvoorbeeld, werden aan die censuur onderworpen. De uitvaartplechtigheid van eerwaarde heer De Belie, die in juni 1917 als brancardier aan het front sneuvelde, werd in de kerk van Schelle gevolgd door drie Duitse militairen. Zij moesten in het oog houden of het bidprentje, dat niet aan de censuur was voorgelegd, zou uitgedeeld worden. De aanwezigen hebben geen exemplaar van het bidprentje gekregen, maar de pastoor heeft de aanwezige Duitsers wel de mantel uitgeveegd.

 

De gemeente Schelle had in november 1914 geen geld meer. Omwille van de kosten veroorzaakt door de oorlog was de kas leeg. Tijdens de gemeenteraadszitting van 12 november 1914 werd beslist een eerste oorlogslening te sluiten om de lonen van het personeel, de toelagen voor de families van de soldaten en voor het Weldadigheidbureel de aankoop van levensmiddelen te kunnen betalen. Het geleende bedrag beliep 6.000 frank. Een goede twee weken later moest al een nieuwe lening aangegaan worden, nu van 2.000 frank.

 

In de Rupelstreek was er een 'Brouwersbond van Boom en omliggende plaatsen'. Uit Boom waren er 14 brouwerijen bij aangesloten, uit Hemiksem 5, uit Niel, Rumst en Terhagen telkens 3 en uit Reet en Schelle telkens 2. De brouwerijen werden beroofd van hun koperen ketels, buizen en kranen. Die werden vervangen door ijzeren installaties. De meeste brouwerijen mochten niet meer produceren. In de laatste fase van de oorlog werd de bierproductie verplaatst naar enkele door de Duitsers aangeduide brouwerijen (soms van buiten de Rupelstreek).

Op 24 april 1917 deden de gebroeders Schoesetters van Stoombrouwerij en Mouterij ‘Het Gulden Hoofd’ in Schelle hun beklag bij hun burgemeester. Ze namen het niet dat ze hun uitstekende koperen ketels noodgedwongen door ijzeren moesten vervangen. Dat nieuwe materiaal was erg duur en had een kortere levensduur.

 

De schade bij Schoesetters werd in augustus 1917 geraamd door een beëdigd schatter van de rechtbank. Ze beliep bijna 9.000 frank. Na de oorlog werd effectief een schadevergoeding uitbetaald.

 

Klik hier om te bestellen

ISBN-nummer: 90-5508-137-0.

Prijs: 19,95 euro

 

Uitgeverij de Klaproos

Brugge.